overmacht artikel 185

Ongeval fietser – auto

Een 17-jarige fietser steekt vanuit de berm de openbare weg dwars over en komt daarbij in aanrijding met een bestelbus. De fietser loopt hierbij ernstig letsel op en stelt deze aansprakelijk. De automobilist stelt dat er sprake is van overmacht en dat hij daarom geen schuld heeft aan het ongeval.

Automobilist beroept zich op overmacht

De automobilist beroept zich op overmacht en op aan opzet grenzende roekeloosheid aan de zijde van de fietser in de zin van artikel 185 WVW. Uit de gemaakte video-opnames en de bevindingen van de partijdeskundige, is gebleken dat het zicht dat de automobilist op de berm moet hebben gehad, zodanig is geweest dat hij de fietser bij de vereiste oplettendheid op een bepaald moment moet hebben kunnen zien en dat hij bij een normale oplettendheid een aanrijding met de fietser had kunnen voorkomen.

Oordeel van het Hof Arnhem-Leeuwarden

De fietser heeft naar het oordeel van het Hof onmiskenbaar onvoorzichtig gehandeld, maar dit onachtzame rijgedrag van de fietser is onvoldoende om aan opzet grenzende roekeloosheid aan te nemen, nu niet aannemelijk is gemaakt dat de fietser zich bewust moet zijn geweest van het gevaar van een aanrijding door een auto, dat hij door zijn gedrag in het leven riep.

Ondanks eigen schuld van de fietser, toch 75% van haar schade vergoed

De automobilist dient in ieder geval 50% te vergoeden. Op de vraag of hij meer dan 50% moet vergoeden oordeelt het Hof dat op basis van de causale bijdrage niet meer dan 50% betaald moet worden nu de automobilist en de fietser even veel schuld hebben aan het ongeval. Op grond van de billijkheidscorrectie wordt geoordeeld dat de automobilist de schade voor 75% dient te dragen. Hierbij gaat het om de omvangrijke schade en de jeugdige leeftijd waarop het slachtoffer met dit letsel is geconfronteerd.

Overmacht wordt niet gauw aangenomen

Bovenstaande geeft aan dat de gemotoriseerde een hoge oplettendheid moet hebben en dat overmacht niet makkelijk slaagt.