Achtergrond: artikel 185 Wegenverkeerswet

2 september 2015 Letselschade informatie

Vrouwe Justitia en Achtergrond: artikel 185 Wegenverkeerswet

Achtergrond: artikel 185 Wegenverkeerswet

Bent u als fietser of voetganger aangereden door de bestuurder van een gemotoriseerd voertuig, dan krijgt u te maken met artikel 185 WVW. Deze wet regelt de aansprakelijkheid bij ongevallen tussen een zwakke en sterke verkeersdeelnemer.

De Wegenverkeerswet (WVW), die op 1 januari 1995 in werking trad, beschrijft de geldende regels in het hedendaagse verkeer. De functie van deze wet is om de veiligheid van weggebruikers zo goed mogelijk te garanderen. JBL&G heeft als letselschadebureau regelmatig te maken met personen die als weggebruiker schade hebben opgelopen in de vorm van (blijvend) letsel. Om deze reden is de WVW van belang in diverse zaken die onze juristen van JBL&G behandelen. Artikel 185 regelt de aansprakelijkheid bij onder andere fiets-auto ongelukken.

Aansprakelijkheidsrecht

Hoofdstuk XII van de WVW behandelt de civiele aansprakelijkheid. Met aansprakelijkheid wordt bedoeld dat een bepaald persoon gehouden is om aan een verbintenis te voldoen. Het belangrijkste doel van het civiele aansprakelijkheidsrecht is herstel of compensatie van geleden schade. Het civiele aansprakelijkheidsrecht regelt de verplichtingen tussen burgers onderling.

Oftewel: op grond van dit hoofdstuk is de veroorzaker van een ongeval aansprakelijk te stellen en kan het slachtoffer de geleden schade op de dader verhalen.

Artikel 185 WVW

Om iemand aansprakelijk te stellen op grond van artikel 185 WVW, hoeft men geen schuld aan te tonen om de verplichting tot vergoeden van de schade vast te stellen. Een dergelijke aansprakelijkheidsvorm wordt risico-aansprakelijkheid genoemd. Iemand is aansprakelijk op grond van zijn hoedanigheid of rol van verkeersdeelnemer, niet op grond van schuld. In feite regelt deze wet de bescherming van de zwakke verkeersdeelnemers (zoals fietsers of voetgangers) voor de ‘sterke’ verkeersdeelnemers (zoals bestuurders van een motorrijtuig).

Dus in een ongeval tussen een gemotoriseerd voertuig en een zwakke verkeersdeelnemer is de bestuurder van het gemotoriseerde voertuig in principe aansprakelijk voor de schade, ook al heeft hij geen schuld aan het ongeval.

Artikel 185 van hoofdstuk XII WVW luidt als volgt:

Artikel 185

  1. Indien een motorrijtuig waarmee op de weg wordt gereden, betrokken is bij een verkeersongeval waardoor schade wordt toegebracht aan, niet door dat motorrijtuig vervoerde, personen of zaken, is de eigenaar van het motorrijtuig of – indien er een houder van het motorrijtuig is – de houder verplicht om die schade te vergoeden, tenzij aannemelijk is dat het ongeval is te wijten aan overmacht, daaronder begrepen het geval dat het is veroorzaakt door iemand, voor wie onderscheidenlijk de eigenaar of de houder niet aansprakelijk is.
  2. De eigenaar of houder die het motorrijtuig niet zelf bestuurt, is aansprakelijk voor de gedragingen van degene door wie hij dat motorrijtuig doet of laat rijden.
  3. Het eerste en het tweede lid vinden geen toepassing ten aanzien van schade, door een motorrijtuig toegebracht aan loslopende dieren, aan een ander motorrijtuig in beweging of aan personen en zaken die daarmee worden vervoerd.
  4. Dit artikel laat onverkort de uit andere wettelijke bepalingen voortvloeiende aansprakelijkheid.

Toelichting

Lid 1
Er moet sprake zijn van een verkeersongeval tussen een motorrijtuig en een niet-motorrijtuig. Een motorrijtuig moet op een voor het verkeer openstaande weg hebben gereden, dat wil zeggen een weg (of pad) waar verkeer kan komen. Onder ‘rijden’ wordt verstaan: aan het verkeer deelnemen. Overigens wordt in sommige gevallen een scootmobiel ook gerekend tot een niet-gemotoriseerd voertuig.

Het artikel is ook van toepassing als de schade wordt toegebracht door hetgeen door het motorrijtuig wordt bewogen, bijvoorbeeld uitstekende lading of een aanhangwagen. Dit heeft de Hoge Raad in 1973 bepaald (HR 4 juli 1937, NJ 1937/489).

De eigenaar of houder dient de schade te vergoeden. Alleen in gevallen van overmacht geldt een uitzondering. In artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek wordt overmacht als volgt gedefinieerd: Een tekortkoming kan de schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij niet is te wijten aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. De persoon in kwestie wordt van deze verplichting bevrijd en hoeft in zo’n geval de schade niet te vergoeden.

Wat houdt dat dan in? Van overmacht is sprake als de situatie of de gedraging van de zwakke verkeersnemer zo onwaarschijnlijk is dat de bestuurder van het motorvoertuig er geen rekening mee had kunnen houden. In de praktijk slaagt een beroep op overmacht zelden.

Lid 2
Wanneer een motorvoertuig is uitgeleend door een eigenaar of houder hiervan, is deze toch aansprakelijk. Ook al reed hij/zij niet toen het ongeluk gebeurde.

Lid 3
Een uitzondering wordt gemaakt voor schade die door het ongeluk ontstaan is aan loslopende dieren, een ander motorrijtuig in beweging of aan personen en zaken die daarmee worden vervoerd. Zoals gezegd is dit artikel geschreven om de ‘zwakke’ verkeersdeelnemer te beschermen, niet een andere ‘sterke’ verkeersdeelnemer zoals een andere autobestuurder.

Lid 4
Met dit lid wordt bedoeld dat verplichtingen die voortvloeien uit andere wettelijke bepalingen door het artikel niet ophouden met gelden. De gewone regels van aansprakelijkheid van afdeling 1 van titel 3 van Boek 6 BW van toepassing blijven.

Eigen schuld

Naar aanleiding van dit wetsartikel kunt u denken dat u als fietser of voetganger helemaal niet meer hoeft op te letten in het verkeer. Immers, als u schade oploopt, wordt alles toch vergoed door de wederpartij. Er kan u echter een percentage eigen schuld worden toegerekend, waardoor u minder vergoed krijgt.

In een ongeval tussen een fietser of voetganger en een gemotoriseerd voertuig is het percentage eigen schuld maximaal 50%. U krijgt dus altijd de helft van uw schade vergoed door de wederpartij.

Terug naar overzicht

Gratis

Gratis

De juristen van JBL&G werken altijd gratis voor slachtoffers met letsel. Hiervan ontvangt u vooraf een schriftelijke verklaring.

Bij u in de buurt

Bij u in de buurt

Het hoofdkantoor van JBL&G zit in Amsterdam, maar onze juristen werken door heel Nederland. Zij komen graag bij u langs.

Keurmerk

Keurmerk

JBL&G staat ingeschreven in het Register Letselschade. Dit keurmerk staat garant voor onafhankelijkheid en kwaliteit.

Ervaring

Ervaring

Door 15 jaar ervaring bent u met de hulp van JBL&G verzekerd van de maximale schadevergoeding en krijgt u snel een uitbetaling.