Te lage straffen voor daders ernstig verkeersongeval

10 maart 2017 Letselschade informatie

vrouwe Justitia en lage straffen voor daders ongeval

Te lage straffen voor daders ernstig verkeersongeval

Er heerst grote onvrede onder slachtoffers en nabestaanden van ernstige verkeersongevallen over de straffen die worden opgelegd aan de daders.

Onderzoek Fonds Slachtofferhulp

Uit recent onderzoek zoals dat – in opdracht van het Fonds Slachtofferhulp – werd uitgevoerd door de Universiteit van Tilburg blijkt dat maar liefst 65% van de slachtoffers van zware verkeersmisdrijven hierover ontevreden is.

De Landelijke Organisatie Verkeersslachtoffers schreef er een open brief over. Gepleit wordt voor een wetswijziging.

  • Waarom zou een wetswijziging uitkomst kunnen brengen?
  • Waarom kunnen de (lagere) rechters niet gewoon hogere straffen opleggen?

JBL&G legt het uit

In Artikel 6 Wegenverkeerswet (WvW) staat (kort gezegd) dat het verboden is je zo te gedragen dat een aan jouw schuld te wijten ongeval plaatsvindt, waardoor een ander ernstig letsel ondervindt. Dit is een misdrijf.

Schuld

Het belangrijkste vereiste om op grond van  artikel 6 WVW een straf te kunnen opleggen, is een aanmerkelijke mate van schuld. Het moet gaan om aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam of onoplettend rijgedrag.

Omvang van het schuldverwijt

De omvang van het schuldverwijt is één van de factoren bij het bepalen van de strafeis.

Er bestaan drie categorieën van verwijtbaarheid, oplopend in ernst en strafhoogte:

  1. Onoplettend/onvoorzichtig rijgedrag (bijvoorbeeld te hard rijden wanneer het zicht slecht is)
  2. Een grove verkeersfout (bijvoorbeeld veel te hard rijden en je passagiers geen gordels laten dragen) en
  3. Roekeloos rijden

De belangrijkste vraag is of de automobilist aanmerkelijke schuld heeft. Is er sprake van dood door schuld in het verkeer? Als de rechter dat bewezen acht, kan de dader veroordeeld worden voor het misdrijf en zal er een relatief hoge straf (maximaal 9 jaar) kunnen worden opgelegd.

Artikel 5 WvW

De rechter bepaalt steeds per zaak welke categorie van toepassing is. Wanneer de bestuurder niet schuldig blijkt, zal de rechter bekijken of hij wèl gevaar op de weg heeft veroorzaakt. Bijvoorbeeld wanneer hij zonder opzet een fietser over het hoofd heeft gezien. Dat heet juridisch een overtreding (artikel 5 WvW): Het is verboden je zo te gedragen dat je een gevaar op de weg veroorzaakt.  Dit is een overtreding waar een straf op staat van maximaal 2 maand.

Onvoorzichtigheid

Het komt er eigenlijk op  neer dat bij verkeersdelicten zelfs bij de hoogste schuldgradatie er slechts sprake is van onvoorzichtigheid. En onvoorzichtigheid  laat zich natuurlijk lastig vertalen in een al te zware straf. Dit drukt de strafmaat. Veroordeling voor doodslag is in de meeste gevallen voor de meeste rechters een brug te ver.

Roekeloosheid

Roekeloosheid is een strafverzwarende omstandigheid en vindt zijn grondslag in artikel 175 lid 2 WVW.   Roekeloosheid heeft in de zin van de wet een specifieke betekenis, die niet perse samenvalt met wat normale mensen onder roekeloos – in de betekenis van onberaden – verstaan.

De drie criteria die de Hoge Raad hanteert voor een veroordeling voor de ernstigste vorm van schuld: het roekeloos rijden:

  1. Een verdachte moet zich buitengewoon onvoorzichtig hebben gedragen
  2. Door zijn gedrag moet hij een zeer ernstig gevaar hebben veroorzaakt en
  3. Hij moet zich hiervan bewust zijn geweest, of had dat moeten zijn

Roekeloos rijden

Roekeloos rijden wordt zelden aangenomen. Vooral het feit dat de dader zich ervan ‘bewust’ moet zijn geweest, is vaak moeilijk te bewijzen. Nu de Hoge Raad hierover meerdere uitspraken heeft gedaan, is het voor de lagere rechters niet mogelijk om hiervan af te wijken. Dus óf de wet dient veranderd te worden, óf de Hoge Raad dient een andere koers in te zetten.

Wanneer roekeloos rijden aan de hand van bovenstaande punten wordt bewezen, kan een gevangenisstraf worden opgelegd. De sancties hiervoor staan omschreven in onderstaand artikel:

Artikel 175 WvW (sancties op artikel 6 WvW)

  1. Overtreding van artikel 6 WvW wordt gestraft met:
    a. Een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;
    b. Een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
  2. Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt overtreding van artikel 6 gestraft met:
    a. Een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;
    b. Een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Strafverzwaring

Indien de schuldige ook nog te veel alcohol heeft genuttigd, dan wel veel te snel heeft gereden, geen voorrang verleende, bumper kleefde, of gevaarlijk heeft ingehaald, dan kunnen de in het eerste en tweede lid genoemde gevangenisstraffen met de helft worden verhoogd. (maximum wordt dan 9 jaar)

Uitkomsten uit het Rapport:

Over de strafrechtelijke reactie op (ernstige) verkeersdelicten.

Volgens dit onderzoek is Artikel 6 WvW ongeschikt om als wettelijke basis voor het vervolgen van verkeersdelicten te dienen. Het verwerpelijke en afkeurenswaardige van sommige verkeersmisdragingen wordt hiermee geen recht gedaan. Het miskent soms de (voorwaardelijke) opzettelijke intentie die aan het creëren van een levensgevaarlijke situatie ten grondslag ligt.

Gevaarzetting

Gevaarzettingsdelicten (titel VII WvSr) zou volgens genoemd onderzoek beter aansluiten. Gevaarzettingsdelict: een misdrijf waardoor de veiligheid van een ander in gevaar wordt gebracht (bv opzettelijk brand stichten). Hier is geen opzet op het letsel/dood voor vereist, alleen het feit dat men brand sticht is voldoende voor een veroordeling.

Opzet en schuld

Deze delicten verbieden het teweeg brengen van gevaar voor letsel. Bij de gevaarzettingsdelicten wordt een onderscheid gemaakt tussen een opzettelijke en een culpose (schuld) variant. Bovendien maakt het voor de hoogte van de straf uit wat voor gevolg dit teweeg brengen van het gevaar met zich mee heeft gebracht (dood of ernstig letsel).

Voorbeeld van een gevaarzettingsdelict:

Artikel 157 Sr

Hij die opzettelijk brand sticht, een ontploffing teweegbrengt of een overstroming veroorzaakt, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
  2. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;
  3. met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 158 Sr

Hij aan wiens schuld brand, ontploffing of overstroming te wijten is, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie, indien daardoor gemeen gevaar voor goederen ontstaat;
  2. met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie, indien daardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander ontstaat;
  3. met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Bewijslast OM verandert hierdoor

Het Openbaar Ministerie hoeft op deze manier niet langer te bewijzen dat de wil van de dader op het doden van het slachtoffer was gericht, maar enkel op het in het leven roepen van een gevaarlijke verkeerssituatie. De wil richt zich op het verboden rijgedrag zelf. Zo zal bij te hard rijden, alcoholgebruik, bumperkleven al snel sprake zijn van een opzettelijke gevaarzetting. Aan een aparte strafverzwaring in de zin van roekeloosheid is dan geen behoefte meer. Hiermee komt een eind aan de vruchteloze roekeloosheidsdiscussies.

Niet altijd is een zware straf terecht

Uitspraken in verkeerszaken zullen altijd lastig blijven en ook niet altijd te begrijpen zijn voor slachtoffers en nabestaanden van ernstige verkeersongevallen. Immers, soms kan een klein foutje van een automobilist al zeer ernstige gevolgen hebben. Stel, je wilt rechtsaf afslaan bij groen licht, maar ook de rechtdoorgaande fietser heeft groen licht, je kijkt wel uit maar ziet toch de rechtdoor (snel) rijdende racefietser over het hoofd, je verleent hem geen voorrang en hierdoor komt hij om het leven. Wanneer je dan verder geen enkele verkeersfout hebt gemaakt (niet gedronken, niet te hard gereden etc) dan is er sprake van een onoplettendheid, die wellicht iedereen kan overkomen. De rechter dient hier te beoordelen wat de mate van schuld is, hoe verwijtbaar heeft iemand gehandeld?

Welke straf is hier passend?

Terug naar overzicht

Gratis

Gratis

De juristen van JBL&G werken altijd gratis voor slachtoffers met letsel. Hiervan ontvangt u vooraf een schriftelijke verklaring.

Bij u in de buurt

Bij u in de buurt

Het hoofdkantoor van JBL&G zit in Amsterdam, maar onze juristen werken door heel Nederland. Zij komen graag bij u langs.

Keurmerk

Keurmerk

JBL&G staat ingeschreven in het Register Letselschade. Dit keurmerk staat garant voor onafhankelijkheid en kwaliteit.

Ervaring

Ervaring

Door 15 jaar ervaring bent u met de hulp van JBL&G verzekerd van de maximale schadevergoeding en krijgt u snel een uitbetaling.