In het eerste deel van dit drieluik bespraken we de aansprakelijkheidsregels die in Nederland gelden voor zelfrijdende auto’s. Er kwamen ook twee voorbeelden van ongevallen aan bod die waren veroorzaakt door een testrijder. In het tweede deel bespreken we de aansprakelijkheid bij een aanrijding tussen een zelfrijdende auto en een fietser of voetganger. Gelden voor een zelfrijdende auto en een reguliere auto dezelfde regels op basis van artikel 185 van de Wegenverkeerswet en het beroep op overmacht?

Geen menselijke fouten meer

Zelfrijdende auto’s moeten het verkeer een stuk veiliger maken. Het overgrote deel van de ongevallen wordt namelijk veroorzaakt door menselijke fouten. Veel verkeersdeelnemers maken fouten doordat ze:

  • Afgeleid zijn door hun smartphone
  • De radiozender willen veranderen
  • Eten, roken of drinken tijdens het rijden
  • Make-up opdoen, zich scheren of omkleden tijdens het rijden
  • Rijden onder invloed van alcohol, drugs of bepaalde medicijnen
  • De snelheidslimiet overschrijden
  • Roekeloos rijgedrag vertonen

Deze fouten zal een zelfrijdende auto niet maken. Uiteraard kan een zelfrijdende auto wel de snelheidslimiet overschrijven of roekeloos rijgedrag vertonen, maar dat zou niet mogen gebeuren. De autonome auto’s worden immers ontwikkeld om het verkeer veiliger te maken. Niet onveiliger.

Er zijn ook ongevallen die een bestuurder niet kan voorkomen. Bijvoorbeeld als een in het zwart geklede fietser plotseling een onverlichte weg oversteekt in het donker. Als de fietser dan wordt aangereden door een motorvoertuig is er sprake van overmacht. Maar geldt dat ook voor een zelfrijdende auto? Een zelfrijdende auto heeft immers meerdere camera’s en sensoren die ervoor zorgen dat ze veel meer en beter ‘zien’ dan een menselijke bestuurder. Zal een beroep op overmacht dan minder snel slagen? Mr. dr. N. Lavrijssen en mr. M. Weitering deden er onderzoek naar dat werd gepubliceerd in het maandblad Verkeersrecht van de ANWB.

Overmacht bij aanrijding fietser of voetganger

Er zijn in het verkeer sterke en zwakke verkeersdeelnemers. Motorvoertuigen vallen onder de categorie sterke verkeersdeelnemers. Fietsers en voetgangers vallen onder de categorie zwakke verkeersdeelnemers. De impact van een aanrijding tussen een motorvoertuig en een fietser of voetganger kan enorm zijn. Daarom zijn er speciale regels opgesteld in het voordeel van de zwakke verkeersdeelnemer.

Motorvoertuigen hebben een vorm van risicoaansprakelijkheid in het verkeer. Ze worden geacht extra oplettend te zijn als er fietsers en voetgangers op de weg zijn. Zwakke verkeersdeelnemers kunnen onverwachtse beslissingen maken. Als dat tot een aanrijding leidt, kan dat ernstige verwondingen veroorzaken of zelfs overlijden. Artikel 185 van de Wegenverkeerswet zorgt ervoor dat zwakke verkeersdeelnemers beter beschermd zijn in een aanrijding met sterke verkeersdeelnemers. Het zorgt ervoor dat ze altijd een groot deel van hun letselschade vergoed krijgen. Maar het regelt ook een beroep op overmacht voor de bestuurder van een motorvoertuig.

Een beroep op overmacht slaagt alleen als:

  1. De bestuurder van het motorvoertuig geen enkel verwijt valt te maken.
  2. Het rijgedrag van de zwakke verkeersdeelnemer zo onwaarschijnlijk was dat de bestuurder daar niet bedacht op had hoeven zijn.

Een voorbeeld van een geslaagd beroep op overmacht:

  • In 2007 reed een dove fietser, die onder de invloed van alcohol was, tegen de achterdeur van een met geringe snelheid passerende bus aan. Het was voor de buschauffeur zo onwaarschijnlijk dat de fietser linksaf zou slaan en de bus niet zou opmerken, dat de chauffeur daar geen rekening mee hoefde te houden.

Een beroep op overmacht slaagt in de praktijk echter zelden.

Wanneer is er geen sprake van overmacht?

Volgens het onderzoek van Mr. dr. N. Lavrijssen en mr. M. Weitering heeft de wetgever ervoor gekozen om artikel 185 (voorlopig) ook voor zelfrijdende auto’s te laten gelden. Een zelfrijdende auto zou echter meer moeten kunnen zien dan een automobilist. Hoe zit het dan met een beroep op overmacht? Volgens Mr. dr. N. Lavrijssen en mr. M. Weitering zou een beroep op overmacht bij een zelfrijdende auto niet slagen indien er sprake is van:

  1. Een ontwikkelfout
  2. Een defect
  3. Gehackte software
  4. Een uitgevallen sensor

Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als de zelfrijdende auto niet goed wordt onderhouden. Of als de eigenaar van de auto de camera’s niet regelmatig op viezigheid controleert en schoonmaakt.

Aansprakelijkheid ongeval zelfrijdende auto Uber

In 2018 reed een zelfrijdende auto voor het eerst een voetganger dood. De voetganger werd geschept toen zij met haar fiets plotseling de weg overstak in het donker. Is er in dit geval sprake van overmacht?

Uit onderzoek blijkt dat de sensoren van de Uber de vrouw met de fiets in haar handen wel hadden opgemerkt. Alleen herkenden de sensoren haar niet als ‘persoon’ waardoor de auto in eerste instantie niet afremde. Er is dus sprake van een falend softwaresysteem. Mr. dr. N. Lavrijssen en mr. M. Weitering geven aan dat als een bestuurder van een reguliere auto een object op de weg ziet, de bestuurder zijn rijgedrag daarop zal afstemmen. De bestuurder zou afremmen of eromheen proberen te rijden. Bij een zichtbaar persoon zou de bestuurder ook kunnen toeteren. De zelfrijdende auto remde echter pas op het allerlaatste moment.

Ook bleek volgens mr. dr. N. Lavrijssen en mr. M. Weitering dat de zelfrijdende auto 5 kilometer per uur te hard reed. Wat betekent dat er geen beroep op overmacht kan worden gedaan. De bestuurder valt dan namelijk een verwijt te maken. In dit geval zou de zelfrijdende auto dan ook wel aansprakelijk kunnen worden gesteld op basis van artikel 185 van de Wegenverkeerswet.

Er zou wel sprake zijn van overmacht als de zelfrijdende auto:

  • De voetganger niet zag of had kunnen zien
  • De snelheid niet had overschreden
  • Het rijgedrag had aangepast omdat de verkeerssituatie onoverzichtelijk kon zijn

Verschillende visies

Momenteel gelden dezelfde aansprakelijkheidsregels voor zelfrijdende auto’s en bestuurders van reguliere auto’s. Niet iedereen is het hier mee eens. Zo betoogt A.I. Schreuder dat er van een autonome auto meer verwacht mag worden dan van een bestuurder van vlees en bloed. Een zelfrijdende auto kan immers meer waarnemen dan een gewone bestuurder door de sensoren. Dat zou echter betekenen dat het rijden in een zelfrijdende auto risicoaansprakelijkheid met zich meebrengt.

Mr. dr. N. Lavrijssen en mr. M. Weitering pleiten voor het bepalen van de mate van eigen schuld. De aansprakelijkheid wordt dan beoordeeld aan de hand van:

  • Het causale verband tussen het ongeval en de opgelopen schade
  • De ernst van de gemaakte verkeersfouten en het letsel

Hoe nu verder?

Zelfrijdende auto’s worden ontwikkeld om het verkeer veiliger maken. Het is de bedoeling dat ze meer kunnen waarnemen dan een gewone bestuurder. Maar het is ook belangrijk dat ze kunnen anticiperen op mogelijk onveilige verkeerssituaties en beslissingen kunnen maken in onverwachtse omstandigheden op de weg. De zelfrijdende auto van Uber bleek nog niet goed om te kunnen gaan met de onverwachtse verkeerssituatie. Er is dus nog veel werk aan de winkel.

In het derde en laatste deel bespreken we wanneer er sprake is van productaansprakelijkheid door een falend softwaresysteem. Wordt vervolgd …

De camera's en sensoren van zelfrijdende auto's moeten meer kunnen waarnemen dan een gewone bestuurder. Heeft dat invloed op de aansprakelijkheidsregels uit artikel 185 van de Wegenverkeerswet?

Terug naar boven

Wilt u dit artikel delen?