Wanneer een slachtoffer van letselschade komt te overlijden door het ongeval, hebben zijn of haar nabestaanden recht op een schadevergoeding. Maar hoe zit het precies met overlijden en letselschade? Wie kan aanspraak maken op een schadevergoeding en wat wordt er vergoed? Hebben de nabestaanden recht op smartengeld? In dit artikel behandelt JBL&G het onderwerp overlijden en letselschade.

Overlijden en letselschade: wie krijgt een vergoeding?

De wet zegt dat de volgende personen een schadevergoeding kunnen krijgen bij overlijden van een slachtoffer:

  • de wettige echtgenoot en de minderjarige kinderen van het slachtoffer (de ex-echtgenoot kan dus geen schadevergoeding of vergoeding voor gemiste alimentatie krijgen);
  • andere bloed- of aanverwanten (bijvoorbeeld de meerderjarige kinderen) van het slachtoffer, als de overledene hen daadwerkelijk geheel of gedeeltelijk voorzag in hun levensonderhoud (het is niet nodig dat deze bloed- of aanverwanten met de overledene in gezinsverband woonden).

Ook anderen die samenwoonden met het slachtoffer hebben recht op een schadevergoeding, evenals pleegkinderen. Echter alleen als:

  • zij in gezinsverband met de overledene hebben samengewoond;
  • de overledene geheel of gedeeltelijk in hun onderhoud heeft voorzien;
  • de voortzetting van het samenwonen zeer waarschijnlijk was;
  • en de nabestaanden redelijkerwijs niet in staat zijn zelf in hun eigen onderhoud te voorzien.

Wat wordt vergoed bij overlijdensschade?

Wanneer iemand overlijdt als gevolg van letselschade, welke schadeposten kunnen de nabestaanden dan claimen?

  • de – niet verzekerde – kosten van begrafenis of crematie (deze kosten moeten redelijk zijn);
  • het weggevallen levensonderhoud (inkomen/pensioen) waarmee de overledene u voorzag;
  • de door de overledene uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden aan het (eigen) huis en de hulp die hier nu voor moet worden ingeschakeld;
  • de door de overledene uitgevoerde huishoudelijke taken en de hulp die hier nu voor moet worden ingeschakeld;
  • de door de overledene uitgevoerde werkzaamheden in verband met verzorging van de kinderen en de hulp die hier nu voor moet worden ingeschakeld;
  • affectieschade, vorm van smartengeld voor de nabestaanden;
  • shockschade.

Affectieschade na overlijden

Sinds 1 januari 2019  bestaat er in Nederland het recht op affectieschade voor nabestaanden. Na vele jaren is er besloten om de Wet Affectieschade door te voeren. Nabestaanden kunnen daardoor smartengeld claimen bij de aansprakelijke tegenpartij. Deze vergoeding is bedoeld om het verdriet van nabestaanden te erkennen.

Shockschade na overlijden

In uitzonderlijke gevallen kan er ook een recht ontstaan op vergoeding van shockschade. Er moet dan wel aan bepaalde eisen zijn volstaan. Zo moet de betrokkene ernstig geestelijk letsel hebben overgehouden aan het ongeval en het overlijden van zijn of haar dierbare.

Overlijden huisman/vrouw en letselschade

Was de overledene huisman of -vrouw? Dan bracht hij of zij weliswaar geen inkomsten binnen, maar wat hij of zij in het huis deed had ook waarde. Daarom moet onder het wegvallen van levensonderhoud ook gerekend worden:

  • de waarde van de huishoudelijke arbeid;
  • verzorging van de kinderen;
  • klussen in het huis, die de overleden persoon in het gezin inbracht, zoals bijvoorbeeld het schilderwerk etc.

Wat wordt niet vergoed bij letselschade na overlijden?

Wanneer er uitkeringen worden gedaan als gevolg van het overlijden, komen deze in mindering op de overlijdensschade, zoals:

  • ongevallenverzekering;
  • levensverzekering;
  • de verzekerde kosten van de begrafenis/crematie;
  • de ANW- of pensioenuitkering .

Al bovenstaande uitkeringen verminderen immers de behoeftigheid van de nabestaanden. Daarnaast hebben slachtoffers van letselschade schadebeperkingsplicht. Zij moeten dus zorgen dat de schade niet erger wordt dat hij al is. Daar valt onder dat zij eerst een beroep moeten doen op de bestaande verzekeringen, voordat zij schade claimen bij een wederpartij.

Schade van ‘derden’ na overlijden

Schade van derden – als bijvoorbeeld de (overleden) vader het huis van de zoon altijd schilderde wordt niet gezien als schade van het slachtoffer maar van de zoon en dit wordt dus ook niet vergoed. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld als oma altijd op het kleinkind paste en de dochter na het overlijden van haar moeder nu een betaalde oppas dient te regelen. Ook deze schade wordt niet vergoed.

Anders is het als de grootmoeder tegen betaling oppaste en deze bron van inkomsten nu wegvalt. Dit komt dan ten laste van het eerdere gezamenlijke inkomen en dient te worden meegenomen in de berekening van verlies aan inkomsten.

Overlijden en letselschade: overleden kind

Wanneer een minderjarig kind overlijdt, zal de vergoeding bestaan uit een vergoeding van de begrafenis- of crematiekosten en affectieschade. In geval van overlijden van een baby, worden ook vaak de kosten voor het inrichten van de kinderkamer vergoed. In sommige (uitzonderlijke) gevallen kan shockschade worden vergoed, zoals het Kindertaxi-arrest. Hierin werd een vergoeding voor shockschade toegewezen aan een moeder die geconfronteerd werd met het levenloze lichaam van haar dochtertje, dat enkele momenten daarvoor onder de wielen van een taxi terecht was gekomen.

Zorgde een overleden kind voor het levensonderhoud van de ouders? Dan hebben de ouders ook recht op een vergoeding van dat weggevallen levensonderhoud. Denk daarbij aan het weggevallen inkomen, maar bijvoorbeeld ook aan de door de overledene uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden of huishoudelijke taken in huis.

Terug naar boven

Wilt u dit artikel delen?