Opnieuw was ‘vallen’ het meest voorkomende ongevalstype bij de bedrijfsongevallen die de Arbeidsinspectie onderzocht in 2023. In totaal werden vorig jaar 2.448 ongevalsonderzoeken afgerond. Daarbij waren 2.386 slachtoffers betrokken, van wie 69 dodelijk. Het meest voorkomende ongevalstype was, net als in de voorgaande jaren, ‘vallen’ (35 procent), gevolgd door ‘in contact met arbeidsmiddel of object’ (26 procent), ‘door iets geraakt’ (20 procent) en ‘ongeluk met voertuig of rijdend werktuig’ (10 procent). 

Dit blijkt uit de pas verschenen Monitor Arbeidsongevallen 2023 van de Nederlandse Arbeidsinspectie, onderdeel van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De meeste arbeidsongevallen vinden plaats bij waterbedrijven en afvalbeheerders. Ook de bouwsector, landbouw, bosbouw en visserij, vervoer en opslag en de industrie scoren hoog. Bij kleine bedrijven gebeuren veel vaker ongevallen dan bij grote bedrijven. 

Mannen zijn veel vaker slachtoffer van een arbeidsongeval dan vrouwen. Mensen van 55 jaar of ouder zijn ook vaker slachtoffer, met name in de sector zorg, maar bijvoorbeeld in de landbouw, bosbouw en visserij zijn juist mensen jonger dan 25 jaar vaker slachtoffer.

Vallen van hoogte was in 2023 weer de grootste oorzaak van bedrijfsongevallen.

Werken op hoogte 

Het ongevalstype ‘vallen’ komt vaak voor in de sector bouwnijverheid. Het is daar zelfs in meer dan de helft van alle gevallen de oorzaak van een ongeluk. Het gaat dan met name om ongevallen waarbij het slachtoffer viel van een hoogte: een dak, steiger, hoogwerker, vloer of platform, of van een ladder, trapje of opstapje.

Wie zelf ‘veilig’ op kantoor werkt, heeft er wellicht geen weet van, maar honderdduizenden Nederlanders werken vrijwel elke dag ‘op hoogte’: vanaf ladders, steigers of hoogwerkers. Het gaat om pakweg 5 procent van de werkenden, wat neerkomt op ongeveer 380.000 mensen in bijna 43.000 bedrijven. Het gebeurt met name in de sector bouw, op afstand gevolgd door de handel en de industrie. In 13 procent van de bedrijven in Nederland vinden regelmatig of incidenteel werkzaamheden plaats op hoogte. Van deze bedrijven waar op hoogte werd gewerkt, werd vrijwel overal op ladders gewerkt. In meer dan de helft van deze bedrijven werd daarnaast ook op steigers of hoogwerkers gewerkt. Werken met lijnen, zoals positioneringslijnen of beveiligingslijnen, gebeurde in ruim een derde van de bedrijven. 

Arbeidsmiddel 

Het ongevalstype ‘in contact met arbeidsmiddel of object’ komt vaak voor in de sector industrie: 42 procent van de ongevallen in die sector is van dien aard. Hierbij gaat het in het merendeel van de gevallen om ongevallen waarbij het slachtoffer in contact kwam met bewegende delen van een machine. Maar ook bij tal van verschillende ongevalstypen kan een arbeidsmiddel betrokken zijn. Iemand kan bijvoorbeeld van een steiger af vallen, aangereden worden door een heftruck of, zoals genoemd, in contact komen met bewegende delen van een machine. Dit zijn alle drie arbeidsmiddelen. Er zijn veel verschillende arbeidsmiddelen die betrokken kunnen zijn bij een ongeval. Over de hele linie bekeken zijn een aantal veelvoorkomende arbeidsmiddelen bij ongevallen: vorkheftrucks en pallethefwagens, en verplaatsbare, draagbare of verrijdbare ladders of trapladders. Ongevallen met vorkheftrucks/palettenhefwagens vinden voornamelijk plaats in de sectoren industrie, handel en vervoer en opslag. Ongevallen met ladders of trapladders zie je voornamelijk in de sector bouwnijverheid.

 

Ernstig letsel 

De mate waarin er ernstig letsel wordt opgelopen verschilt per ongevalstype. Het overlijdenspercentage is bijvoorbeeld hoog (6 procent) bij ongevallen waarbij iemand een ongeluk krijgt met een voertuig of een rijdend werktuig. De kans op blijvend letsel (met of zonder ziekenhuisopname) is weer hoog (33 procent) bij contact met een arbeidsmiddel, terwijl het overlijdenspercentage hier juist lager ligt (2 procent). 

Mannen zijn sterk oververtegenwoordigd als slachtoffer van arbeidsongevallen. Ongeveer 7 op de 8 slachtoffers is man. Per 100.000 banen vinden onder mannelijke werknemers 41 ongevallen plaats (in 2022 45 ongevallen) en onder vrouwelijke werknemers 8 ongevallen (in 2022 6 ongevallen). Dit heeft deels te maken met het grote aantal mannen werkzaam in sectoren waar veel arbeidsongevallen plaatsvinden, zoals de bouwnijverheid, industrie en waterbedrijven en afvalbeheer. In de bouw is bijvoorbeeld 99 procent van de slachtoffers van ongevallen man, terwijl 81 procent van alle werknemers in de bouw man is. In de industrie is 100 procent van de slachtoffers man, en 79 procent van alle werknemers. Het lijkt er dus op dat de oververtegenwoordiging van mannen in sectoren waar veel arbeidsongevallen plaatsvinden het hoge aandeel mannelijke slachtoffers deels verklaart, maar niet volledig. Ook in de sectoren waar veel mannen werken en veel ongevallen plaatsvinden, krijgen mannen nog steeds relatief meer ongevallen dan de vrouwen. Waarschijnlijk heeft dit te maken met het type werkzaamheden dat door mannen wordt uitgevoerd binnen deze sectoren, dat vaker risicovol is. 

Arbeidsmigranten 

In de Monitor Arbeidsongevallen wordt jaarlijks een doelgroep bepaald waarnaar een verdiepend onderzoek wordt gedaan. Dit jaar zijn dat arbeidsmigranten, in dit geval niet-Nederlandse slachtoffers die stonden ingeschreven in de Registratie Niet Ingezetenen (RNI) zonder geregistreerd tijdelijk verblijfsadres. Er vinden relatief veel ongevallen plaats met arbeidsmigranten. Het aantal ongevallen per 100.000 banen bedraagt namelijk 37. Bij de overige slachtoffers (Nederlanders en arbeidsmigranten die bij gemeenten ingeschreven staan) is dat aantal 26. Verder is het overlijdenspercentage bij de groep arbeidsmigranten dubbel zo hoog. In 4 procent van de gevallen is er namelijk sprake van overlijden, terwijl dit bij de overige slachtoffers 2 procent is. De meeste ongevallen met arbeidsmigranten vinden plaats in de metaalindustrie, slachterijen en landbouw, bosbouw en visserij. Verder zijn slachtoffers uit de groep vaker uitzendkracht, jongere en erg kort in dienst op het moment dat het ongeval plaatsvindt. 

De Arbeidsinspectie ziet op basis van ervaringen een aantal mogelijke oorzaken voor de hogere percentages onder arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten doen vaak ongeschoold, laagbetaald en tijdelijk werk, en dan ook nog in sectoren waar het risico op ongevallen al relatief groot is. Verder is op grond van ervaring de verwachting dat arbeidsmigranten door taal- en cultuurverschillen in sommige gevallen instructies en waarschuwingen mogelijk niet goed begrijpen. Ook kan er sprake zijn van een mogelijke afhankelijkheidssituatie van de werkgever, waardoor zij minder geneigd zullen zijn te klagen over onveilige omstandigheden. Wanneer de werkgever nalatig is de risico’s hiervan goed in te schatten en daar maatregelen op te nemen, kunnen deze factoren mogelijk oorzaken zijn van een arbeidsongeval. 

Rechten na een bedrijfsongeval

Hebt u letsel opgelopen door een bedrijfsongeval? Dan is uw werkgever daar vrijwel altijd aansprakelijk voor te stellen. Ook wanneer u in een moment van onoplettendheid met uw hand in een machine terecht bent gekomen. Uw werkgever draagt dit risico door een goede aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering af te sluiten. Als u bent aangereden door een collega op een heftruck, is uw werkgever daar ook aansprakelijk voor te stellen. Uw werkgever is namelijk ook verantwoordelijk voor de fouten van uw collega’s.  

Wilt u meer weten over het letselschadeproces of uw verhaal met ons delen? Onze juristen staan u graag te woord en onderzoeken wat ze voor u kunnen betekenen.

Terug naar boven

Wilt u dit artikel delen?