Het is vrijwel letterlijk een uitstervend ras: fietsers die hun hand uitsteken bij het afslaan. Ze worden zeldzaam; in de praktijk blijkt niet meer dan 5 tot 10 procent van de fietsers aan te geven dat ze van richting gaan veranderen. Dat heeft de Universiteit van Groningen onderzocht, een tijd geleden alweer, dus het zal nu nog wel minder zijn. Die 5 tot 10 procent kwam voort uit observaties. Wanneer ze mensen ernaar vróégen, bleek het percentage wonderlijk genoeg opeens véél hoger… Blijkbaar schamen mensen zich toch nog wel een heel klein pietsie voor hun gedrag?
In Amsterdam is daar natuurlijk geen sprake van. Daar raggen alle fietsers gewoon kriskras door elkaar, op weg naar waar ook weer en weer terug, en komt hand uitsteken echt nog maar zeer zelden voor. Hoe vaak sta je als fietser niet nodeloos te wachten op een andere fietser of scooter die eraan komt scheuren en voorrang heeft, maar op het laatste moment gewoon zonder richting aan te geven doodgemoedereerd toch maar afslaat, zodat je voor niks hebt staan staan?
Toeristen uit fietsloze landen hebben in Amsterdam al helemaal niets op de fiets te zoeken, maar ze proberen het steevast toch massaal. Zelf vind ik het hoogst wonderbaarlijk: je hebt nog nooit gefietst, en gaat dat dan voor het eerst eens proberen in de allerdrukste fietshoofdstad van de wereld! Net of je voor het eerst leert zwemmen en dan meteen maar een wild stromende rivier induikt. Voordat deze mensen aan het hoofdstuk ‘Hand Uitsteken’ toe zijn, zitten ze allang alweer in bus, boot of vliegtuig.
Wie het fietsen in Amsterdam wél hebben omarmd, zijn de expats: werknemers van internationale bedrijven, die voor jaren in Nederland zijn. Of zij ooit iets hebben meegekregen over hoe je richting aan moet geven, valt echter te betwijfelen. Er komt een hand aan te pas, weet een goochemerd op internet: “Je moet hem uitsteken als je afslaat, als een soort van persoonlijke, menselijke richtingaanwijzer. Snap ik. Slim en veilig!”
Halleluja!
In de woeste wereld blijkt het vaak nog niet zo makkelijk. Soms zie je aarzelende fietsers voor je, die zó angstig om zich heen kijken dat ze duidelijk iets van plan zijn. Maar wat? Plotseling stoppen? Keren op de weg? Fotootje maken, das omdoen, handschoenen uit, slokje water? Of toch maar gewoon afslaan? Wel link, met al die fietsers voor en achter je, met geen idee wat je gaat doen. Hoe maak je ze dat duidelijk? Daar móét toch een manier voor zijn, zie je ze denken, en dan, alsof ze het verdikkeme persoonlijk daar en dan hebben uitgevonden, komt er een voorzichtig fladderend vlerkje uit de jas, maakt zich los van het stuur, wijst wat halfslachtig een onduidelijke kant op, maar jawel en halleluja: het lijkt wel op een hand die uitsteekt!
Het is zo simpel: geef gewoon ALTIJD richting aan, op de automatische piloot. Dus ook als je geen kinderen bij je hebt om ‘het goede voorbeeld’ te geven, ook als het geen ‘toegevoegde waarde’ heeft voor andere weggebruikers, ook als je eigen hachje geen gevaar loopt wanneer je het niet doet, maar simpelweg ALTIJD. Richting aangeven is nog steeds verplicht in Nederland; er staat een boete van 20 euro op het nalaten ervan. Maar bovenal: het is sociaal, correct en wel zo veilig. Ook de software van de zelfrijdende auto’s van Google kan inmiddels fietsers herkennen die hun hand uitsteken. Maar dan moeten ze dat wel doen!
Dit opiniestuk van Ron Hooijenga, communicatieadviseur JBL&G, verscheen eerder in OEK, het ledenblad voor de Amsterdamse leden van de Fietsersbond.

Wilt u dit artikel delen?