Ze houden het maar spannend: het onderzoek dat minister Dekker voor Rechtsbescherming laat uitvoeren naar vertraging bij langlopende letselschadezaken, wordt opnieuw ruim een half jaar later opgeleverd dan was afgesproken. Het had eind 2018 al klaar moeten zijn, werd toen uitgesteld tot afgelopen zomer, maar vanwege een late start, privacy-perikelen en het grote aantal te onderzoeken dossiers, wordt het nu pas begin 2020, meer dan een vol jaar later dan gepland.
Geen enkel vertrouwen meer in onderzoek
Drie Tweede Kamerleden van CDA, SP en PvdA stelden in oktober vorig jaar al schriftelijke vragen over het almaar oplopende uitstel aan minister Sander Dekker en vroegen hem naar het hoe en waarom van de vertraging. Na eerst een Uitstelbrief te hebben gestuurd omdat hij er zo snel geen weerwoord op had, antwoordde de minister onlangs toch nog op de vragen. Hij zegt nu uit te gaan van “voorjaar 2020”. Het uitstel heeft volgens hem te maken met de ruime opzet van het onderzoek en diverse privacy-kwesties. Maar ook werd het afgelopen jaar al duidelijk dat het niet alle verzekeraars gelukt is “om naast de reguliere werkzaamheden onmiddellijk prioriteit te geven aan medewerking aan het onderzoek”. Ook was de positieve respons van gedupeerden bij een aantal verzekeraars veel te laag, en moesten er diverse herinneringsbrieven worden gestuurd.
De drie Kamerleden die de vragen over de nieuwe vertraging stelden, hebben inmiddels geen enkele fiducie meer in het onderzoek. Zij pleitten laatst in het tv-programma Radar voor zware financiële sancties voor verzekeraars die de boel onnodig traineren. Ook moet er een onafhankelijke Tuchtraad komen waar consumenten kunnen klagen over verzekeraars. De politici presenteerden in Radar een gezamenlijke notitie hierover.
Het nu opnieuw uitgestelde onderzoek richt zich op letselschadezaken waarvan de afronding meer dan twee jaar op zich laat wachten. Die periode staat in de Gedragscode Behandeling Letselschade als uiterste termijn waarbinnen een zaak zijn beslag moet krijgen, extreem gecompliceerde gevallen of zaken met een lange medische nasleep daargelaten. Het onderzoek wordt uitgevoerd door De Letselschade Raad. Het werd al voorjaar 2018 aangekondigd, maar vorige winter pas werd een keuze gemaakt uit de ingediende onderzoeksvoorstellen. Het plan van de Universiteit Utrecht werd aangenomen.
“We zijn inderdaad nogal even bezig geweest met het selecteren van de juiste organisaties om het onderzoek te laten doen”, vertelde Ivanka Dijkstra van De Letselschade Raad afgelopen zomer nog. “We hebben behoefte aan een echt gedegen onderzoek, niet eentje dat afgeraffeld wordt en waar dan niemand iets aan heeft.”
Is het onderzoek wel onafhankelijk?
Desondanks bestaan er grote zorgen over de kwaliteit van het onderzoek en de integriteit en onafhankelijkheid van de onderzoekers zelf. Zo zou De Letselschade Raad een te dominante rol vervullen, en zouden verzekeraars zelf hebben kunnen beslissen welke zaken in het onderzoek worden meegenomen en welke niet. De drie Kamerleden vragen de minister of hij deze zorgen uit het veld kent, en wat hij denkt daaraan te doen. Het belangrijkste bezwaar dat zij opwerpen, is dat het onderzoek en de begeleiding hiervan wel erg in handen is van professionals, en dat aan slachtoffers zelf weer niets gevraagd wordt. “De begeleidingscommissie bestaat uit diverse experts, van wie de meeste nauwe banden hebben met De Letselschade Raad en/of zelf verzekeraar zijn. Terwijl de verzekeringsnemers en/of benadeelden zelf niet vertegenwoordigd zijn. Hoe wordt de zienswijze van juist de mensen die gedupeerd zijn door trage letselschadeafhandeling in het onderzoek betrokken?”
De minister antwoordde daarop dat de begeleidingscommissie bestaat uit “een evenwichtige vertegenwoordiging van de stakeholders die deelnemen aan De Letselschade Raad. Hierin zijn zowel verzekeraars vertegenwoordigd als belangenbehartigers die slachtoffers bijstaan en de zienswijze van slachtoffers kunnen belichten. Op deze wijze wordt in de begeleiding van het onderzoek recht gedaan aan beide kanten van een zaak.” De zienswijze van gedupeerden komt volgens de Universiteit ook nog “uitvoerig” aan bod in het vragenlijstonderzoek. Aan het slot van het onderzoek vindt ook nog “een gering aantal interviews” met gedupeerden plaats. De minister heeft dan ook “geen reden om te twijfelen aan de onafhankelijkheid van het onderzoek.”
De trage afwikkeling van letselschade kwam al veel vaker aan bod in Kamervragen. Tijdens het Algemeen Overleg Slachtofferbeleid in november 2017 had minister Dekker de Tweede Kamer al toegezegd hierover met verzekeraars en andere betrokkenen in conclaaf te gaan. In februari 2018 was een eerste gesprek met verzekeraars en De Letselschade Raad, waarin Slachtofferhulp Nederland, de ANWB, het Verbond van Verzekeraars, letselschade-experts, geneeskundig adviseurs en arbeidsdeskundigen waren vertegenwoordigd. Daaruit kwam voort dat De Letselschade Raad nu onafhankelijk onderzoek laat uitvoeren naar langlopende letselschades. Dat had er dus eerst vorige winter en toen afgelopen zomer al moeten zijn, maar door de late start, extra maatregelen om de privacy van slachtoffers te waarborgen, en het grote aantal te onderzoeken dossiers, heeft het onderzoek nu al een heel jaar vertraging opgelopen. De resultaten worden nu niet eerder dan komend voorjaar verwacht.

Wilt u dit artikel delen?