Het verlies van arbeidsvermogen van jonge kinderen in het personenschaderecht

Winnaar JBL&G Scriptieprijs 2017

Het verlies van arbeidsvermogen van jonge kinderen in het personenschaderecht: de schaduwzijde van de vergelijking mét en zónder ongeval (Samenvatting)*

De rechter heeft op grond van het Nederlandse schadevergoedingsrecht de ruimte om bij de begroting van arbeidsvermogensschade te differentiëren naar alle persoonlijke kenmerken van het slachtoffer. Dit geldt ook bij de schadebegroting van jonge kinderen. Dit uitgangspunt kan op gespannen voet komen met gelijkebehandelingswetgeving. Volgens de hogere normen, zoals neergelegd in de Grondwet en internationale verdragen, is het immers verboden om onderscheid te maken ten aanzien van bepaalde persoonlijke eigenschappen van het slachtoffer. Naast de discriminatoire uitwerking van het Nederlandse schadevergoedingsrecht, zijn er ook andere knelpunten gesignaleerd. De huidige benadering van de berekening van verlies van het arbeidsvermogen wordt lastig ervaren, omdat het zeer speculatief zou zijn. Tevens zou deze benadering (te) veel ruimte bieden voor discussies tussen partijen. In mijn thesis heb ik gezocht naar alternatieven die de bezwaren tegen de huidige wijze van schadebegroting kunnen beperken.

Uit de analyse van de alternatieve benaderingen kan worden geconcludeerd dat zij niet in staat zijn om de knelpunten bij de huidige wijze van schadeberekening (volledig) weg te nemen. Om dit te bereiken, dienen zij in bepaalde opzichten te worden aangepast. Aangezien de huidige benadering discriminatoir kan uitwerken dient er allereerst een algemeen toetsingskader te worden ontworpen, aan de hand waarvan de rechter de hypothetische situatie kan vaststellen. Dit kader zou naar mijn mening aangestuurd moeten worden door het beginsel van non-discriminatie. In mijn visie zouden de persoonlijke factoren van het slachtoffer in vier categorieën moeten worden ondergebracht. Bij het afgrenzen van de eerste categorie heb ik ingehaakt op de gedachte van Kolder. Daarom ziet de eerste categorie op interne aspecten die betrekking hebben op de medische toestand van het slachtoffer en diens persoonlijke kwaliteiten. Voor deze groep eigenschappen zal moeten gelden dat de rechter deze factoren enkel ten nadele van het slachtoffer in beschouwing mag nemen, als daar voldoende concrete aanwijzingen voor zijn. Daarmee wordt bevorderd dat letselschadeslachtoffers met respect en waardigheid worden behandeld. Dit uitgangspunt sluit aan bij de Gedragscode Behandeling Letselschade, en is bovendien verenigbaar met de rechtspraak van de Hoge Raad.

De tweede categorie behelst de interne persoonlijke eigenschappen op basis waarvan het wettelijk verboden is om onderscheid naar te maken. Deze eigenschappen zouden door de rechter buiten beschouwing moeten worden gelaten bij de schadevaststelling. De derde categorie heeft betrekking op externe factoren die gerelateerd zijn aan de sociale afkomst van het slachtoffer. De rechter zou met deze eigenschappen ook geen rekening mogen houden. Op deze manier kan discriminatie bij schadeberekening worden voorkomen. De laatste categorie kan gezien worden als een restcategorie; hieronder vallen de overige externe factoren. Daarbij kan gedacht worden aan sociaaleconomische ontwikkelingen en carrièretechnische aspecten van de benadeelde. Voor deze groep eigenschappen geldt de traditionele benadering van de inschatting van de hypothetische situatie volgens het criterium van de redelijke verwachting. Vanuit het oogpunt van gelijke behandeling vereist deze categorie geen terughoudende benadering. Het ligt voor de hand dat met de invoering van dit kader iedere vorm van verboden onderscheid uitgebannen kan worden.

De problemen rondom de schadeberekening van jonge kinderen kunnen in belangrijke mate worden beperkt door de invoering van het PMM 2.0. Dit is het model van Van Dort met een belangrijke aanpassing: de familiale afkomst van het slachtoffer mag geen bijzondere omstandigheid vormen op grond waarvan kan worden afgeweken van de modale inkomenslijn. Dit aangepaste model kan ervoor zorgen dat gelijke behandeling in het schadevergoedingsrecht wordt bevorderd. Deze benadering is verenigbaar met de huidige uitgangspunten van het schadevergoedingsrecht. Zij zal daarom eenvoudig kunnen worden ingepast in het huidige systeem. Het voordeel van het PMM is dat het een transparant uitgangspunt biedt voor jonge kinderen, bij wie een referentiekader ontbreekt. Dit kan de eenvormigheid van de rechtspraak ten goede komen. Daarnaast kan deze benadering arbitraire beslissingen terugdringen. Het uitgangspunt van een modaal inkomen biedt ook minder ruimte voor discussies tussen procespartijen. Wanneer het kind wat ouder is, biedt dit model de rechter de ruimte om de schade te begroten aan de hand van de concrete omstandigheden van het kind. In dit model zal dus naarmate er meer aanknopingspunten te vinden zijn, het verschil met de klassieke benadering kleiner worden. Een ander voordeel van deze benadering, is dat zij verenigbaar is met het beginsel van gelijke behandeling. Bij de vaststelling van de modale opleidings-en verdienniveau spelen constitutionele kenmerken immers geen rol.

Idya Karimi

*De volledige versie van de scriptie kunt u hier lezen.

Gratis

Gratis

De juristen van JBL&G werken altijd gratis voor slachtoffers met letsel. Hiervan ontvangt u vooraf een schriftelijke verklaring.

Bij u in de buurt

Bij u in de buurt

Het hoofdkantoor van JBL&G zit in Amsterdam, maar onze juristen werken door heel Nederland. Zij komen graag bij u langs.

Keurmerk

Keurmerk

JBL&G staat ingeschreven in het Register Letselschade. Dit keurmerk staat garant voor onafhankelijkheid en kwaliteit.

Ervaring

Ervaring

Door 15 jaar ervaring bent u met de hulp van JBL&G verzekerd van de maximale schadevergoeding en krijgt u snel een uitbetaling.